Malta. Van de apostel Paulus tot Sint Jan de Doper.
Waarom Malta? Het was 2004, en we waren op zoek naar een kerstreis. Georganiseerd. Dan is de keuze meestal beperkt, als je tenminste niet in herhalingen wilt vervallen. Een jaar eerder waren we in de ruime omgeving van Napels geweest, ook maar een week, en vol met indrukken: Amalfi, Castellamare, Flegreïsche Velden, Paestum, noem maar op. Leek Malta daarmee vergeleken niet wat saai? Of was dat misschien juist mijn bedoeling na een tamelijk bezige zomer? En waarschijnlijk had ik al eens gelezen over de raadselachtige prehistorische tempels waar die eilanden rijk aan zijn. Die wilde ik wel eens zien.
Het was geen groepsreis: geen vaste reisleider en geen gezamenlijke uitjes, verblijf en maaltijden. Na aankomst kon je je keuze maken uit diverse dagexcursies onder leiding van Nederlands-sprekende gidsen. Nu ja, we gingen samen, wel zo gezellig, maar toen zij moest afhaken werd het toch een wat eenzame reis.
Geen nood; een week is wel genoeg om Malta te leren kennen. Alleen, die tempels; daar had ik er graag een paar meer van gezien. Het bleef bij één, Tarxien, dicht bij de hoofdstad Valletta. Na thuiskomst vond ik stomtoevallig bij De Slegte een zeer volledig boek over alle Maltezer tempels - structuur, bouw, tijdschaal - van Joachim von Freeden; en een paar jaar later bood het RMO in Leiden een tentoonstelling over hetzelfde onderwerp met enkele maquettes op schaal en bijbehorend boekje, zodat ik toch nog aardig geïnformeerd eindigde.
Stukje geschiedenis.
De geschiedenis van Malta liep meest parallel aan die van het naburige Sicilië; tot in 1530 de Habsburger Keizer Karel V Malta aanbood aan de Johannieters - een orde van Kruisridders die oorspronkelijk in Jerusalem gevestigd waren, en keer op keer door de Osmanen verdreven werden, het laatst van Rhodos. Hun schutspatroon was Johannes de Doper, vandaar hun naam. Later werden zij aangeduid met de naam Maltezer ridders. Karel pachtte de eilandjes van Sicilië tegen betaling van een geheel afgerichte jachtvalk per jaar. Dat dier moest dan steeds met het nodige ceremonieel aangeboden worden. Het ware verhaal van “The Maltese Falcon”!
Karel schonk de ridders de eilanden niet uit naastenliefde of meelij, maar als onderdeel van zijn master plan om de Turken van het Osmaanse Rijk op afstand te houden, in casu uit het westelijk deel van de Middellandse Zee. Voor de Johannieters was het vooral de natuurlijke haven, een diepe inham met diverse zijtakken, die hen deed besluiten het aanbod te accepteren. Als de Turken hen ook hier achterna kwamen, konden ze hun vloot in dat labyrint menige loer draaien. Ze bouwden hun zwaar versterkte hoofdstad Valletta rond die havens en maakten van het hele eiland een vesting. Met name Mdina, van oorsprong de belangrijkste stad, namen zij over en voerden de verdediging ervan op. Gelegen op een hoogte vanwaar men vijanden van verre kon zien naderen, was Mdina een belangrijke sterkte; en mocht de vijand de muren forceren, dan nog kwamen ze in een wirwar van straatjes en pleintjes vol trucjes waardoor ze als schietschijf dienden.
De Turken kwamen, met een geweldige overmacht, in 1565. De verliezen aan beide kanten waren groot maar, mede dank zij die loeren, aan de Turkse kant veel hoger. Na vier maanden vechten en weinig opschieten, verloren de Turken hun enthousiasme. De herfst was nabij en het weer dreigde om te slaan. Dat bedreigde hun ravitaillering. Ze zeilden weg en terug naar huis.
De ridders waren zo opgetogen dat ze nog veel meer gingen bouwen, vestingwerken en nog eens vestingwerken voor als de vijand nog eens terug zou komen, en knotsen van paleizen en kerken. Een dergelijke bouwwoede had slechts één precedent op de eilanden: de megalithische tempelcomplexen van de prehistorische bewoners, maar daarover later. De Orde liet zijn hoofdkerk in Valletta exuberant, van top tot teen, en centimeter voor centimeter, versieren en vergulden. Het enige dat verhinderde dat het resultaat een grote chaos werd was dat één kunstenaar, Mattia Preti, de supervisie hield over de hele operatie. Hij maakte zelf de gewelfschilderingen - scènes uit het leven van Johannes de Doper - ontwierp de gebeeldhouwde ornamenten van de muren en de pilaren, en had het laatste woord over de kleurstelling van de ingelegde marmeren zerken waarmee de kerkvloer geplaveid is. Het stak de Heren dat niet hún kerk, maar die van de oude stad Mdina de cathedra bevatte. Ze legden zich tenslotte neer bij de status van co-kathedraal voor die van hen. Intussen was de dreiging dat de Turken terugkwamen al spoedig verdampt, nadat hun vloot bij Lepanto - in 1571 - een zware nederlaag geleden had tegen een coalitie van Venetië, Spanje en de paus.
De ridders echter raakten geheel losgeslagen van hun oorspronkelijke doelen. In hun hubris versierden ze niet alleen hun kerken en paleizen, maar ook alle meisjes van het land. Hun gelofte van kuisheid werd vergeten, net als die van armoede, en hun roeping tot het verzorgen van zieken. Zo kwam het dat, toen Napoleon er in 1798 landde, de Maltezen hem vroegen de Orde uit het land te verjagen. Dat gebeurde, maar de Fransen deden er zelf slechts twee jaar over om zich op hún manier onmogelijk te maken. Napoleon liet de kerken leegroven om zijn Egyptische veldtocht te kunnen betalen. Nadat hij al het zilveren pronkwerk had laten omsmelten tot soldij, deden zijn soldaten de maat overlopen doordat ze gobelins en andere kerkelijke kostbaarheden ter plaatse wilden gaan veilen. Malta riep Engeland te hulp. In 1800 zeilde Nelson binnen. De Engelsen bleven heer en meester van deze strategisch gelegen eilanden, tot ze hun in 1964 onafhankelijkheid verleenden.
Engels is er nog steeds een officiële taal, naast het oorspronkelijke Malti. Dat laatste ga je niet leren natuurlijk, behalve uit liefhebberij of als het je vak is. De basis ervan is Arabisch - volgens sommigen zelfs Phoenicisch. Markt is Suq; Straat Trig. God heet er Alla. ‘Glorja lil Alla, filgholi’, las ik in de hoofdkerk van Marsaxlokk. Ik meen dat te mogen vertalen als ‘Ere zij God, kinderen.’ Ze schrijven het in Westers schrift, met behulp van wat extra stippen of lijntjes op sommige medeklinkers voor klanken die wij niet hebben. En er zijn ook een paar letters die je niet uitspreekt, behalve dan in de vorm van een glottisslag of juist een zachte aanhef. Ħaġar Qim klinkt als Hadzjar Iem, Gharb als Arab of Arb, en Tarxien als Tarsjien. Die rare M gevolgd door een medeklinker aan het begin van een plaatsnaam wordt uitgesproken als IM: Imnaidra, Imdina, Imsida.
Over de semitische basis van de taal is een dikke laag Latijn, Italiaans, Spaans, Frans en Engels blijven hangen. Goedendag is Bonju. Het klinkt als Bonjour zonder r. Het zou ook van Italiaans Buongiorno afgeleid kunnen zijn.
Valletta.
In Valletta biedt Fort Saint Elmo goede uitzichten over de havens en de vestingwerken. Het is zelf een stervormige vesting tussen de ingangen van twee havens, en andere landtongen zijn evenzo versterkt met muren die elkaar in scherpe hoeken ontmoeten. Dat overzicht had men in de 16de eeuw natuurlijk alleen vanaf de top van zo’n fort. De over het water naderende vijanden zagen niets dan muren en nog eens muren, en niemand kon zien waarheen de waterlopen voerden. Tegenwoordig heeft Valletta drukke havens en onder andere het grootste dok van West-Europa.
| Havens van Valletta |
| Auberge de Castille, Leon et Portugal. |
Mdina.
Het oude stadje oogt als een museum. Het ligt nog geheel binnen de oude muren, of wat er in de loop der eeuwen buiten gebouwd is werd lang geleden weer verwijderd. Er wonen hier alleen rijken en notabelen; de eigenlijke woonstad ligt een poort verder: het veel grotere Rabat. Mdina zie je van verre liggen; op een hoogte; de kathedraal rijst nog boven de muren uit. De stadspoort draagt het wapen van de Grootmeester van de Orde, en het Grootmeesterpaleis is één van de voorname gebouwen. De kathedraal blijkt van binnen even overdadig versierd als haar zusje in Valletta, maar met lossere hand. Met name geldt die losheid voor de schilderingen in de gewelven. De vloer is met zerken betegeld, net als daar. Opvallend zijn de vele felrode gordijnen en draperieën, een aspect dat me in wel meer kerken van Malta opviel. Als ik nu thuis op internet kijk, zoek ik er vergeefs naar. Zou het ter gelegenheid van Kerstmis geweest zijn? In mijn herinnering was rood in de katholieke kerk een symbool voor de Heilige Geest, en werd het dus vooral met Pinksteren toegepast. Over symbolen kun je je echter makkelijk vergissen. Ook de Ridders hadden veel rood in hun vlag. Hoe ver ging hun invloed, en hoe lang is die blijven hangen?
| Kathedraal van Mdina. |
| Dingli Cliffs. not me! |
die misschien breuklijnen markeren, en een losse heuvel zoals die van
Mdina. Van Mdina zetten we onze tocht in Zuidwestelijke richting
voort. De grond loopt dan geleidelijk op, tot de aarde opeens loodrecht
afbreekt bij Dingli Cliffs. 200 meter naar beneden ligt daar alleen
de zee. Je ziet de schaduwen van wolken over het water trekken,
terwijl hier boven in december voorjaarsbloempjes bloeien: een soort
Alyssum, een klein koekoeksbloempje, en madelieven op een natte
kalkbodem. Een stukje karakteristiek landschap dat zich diep in mijn
geheugen genesteld heeft.
De volgende dag herhaal ik op eigen gelegenheid het bezoek aan Mdina; het ging me vandaag allemaal te snel. Tekenboek mee.
Met de pont naar Gozo.
| Het blauwe Venster. Gozo 2004. |
Malta bestaat vrijwel geheel uit kalksteen. Er zijn ter plaatse twee hoofdsoorten van: Koraalkalk, die ietsje harder is en lichtgrijs van kleur, en Globigerinenkalk, waar je met een mes krasjes in kunt maken en die een licht mergel-achtige kleur heeft. Hier beneden bij het blauwe venster is het globigerinen, en tot mijn verrassing zit die vól met fossiele resten van schelpdieren en crustaceeën. Globigerinen zijn microorganismen in het plankton van de zeeën. Ze hebben een kalkskelet dat als ze sterven naar de bodem zinkt, Met miljoenen tezamen vormen ze daar een sediment, waar resten van andere organismen in kunnen verzinken en fossiliseren. Bij opheffing van de bodem verhardt het tot kalksteen.
| Fossielen: Schelpen en Carapaxen. |
De tempels.
De andere grootse bouwonderneming in het land zijn de megalithische tempels, gedurende zo’n 1500 jaren gebouwd vanaf ca. 3600 vC. Er zijn meer dan 25 vindplaatsen van bekend. Weliswaar zijn enkele daarvan niet verder gevorderd dan het bouwrijp maken van de locatie, maar juist dat lijkt te getuigen van een massale inspanning, die de laatste energie van die beschaving uitputte.
Wat die lui bewogen heeft om zich af te beulen met brokken steen tot 20 ton, die ze op maat hakten, tenminste honderden meters verplaatsen, ordelijk overeind zetten en vakkundig ondersteunden, blijft een onbeantwoorde vraag. Mensen met alleen stenen werktuigen zullen toch hun energie best nodig gehad hebben om alleen al te overleven. Maar ja, dat gold mutatis mutandis ook voor de arbeiders die de middeleeuwse kathedralen optrokken, en voor de boeren die hen moesten voeden. Misschien hielp het - cynisch bekeken - tegen de overbevolking, zodanig dat de populatie zich 1500 jaar lang kon handhaven. Ze deden het allemaal zelf, zonder de luxe van slaven of krijgsgevangenen zoals de Egyptenaren bij de piramide-bouw.
Na mijn bezoek vond ik stomtoevallig bij de Slegte een gründliches Deutsches werk door Joachim von Freeden: Malta, und die Baukunst seiner Megalith-Tempel (Wiss. Buchgesellschaft, Darmstadt 1993). Een prachtig boek, met veel foto’s, dat de bouwtechniek, de materialen en de ontwikkeling haarfijn analyseert. Reconstructie van de geschiedenis van een schriftloze cultuur blijft natte-vingerwerk, maar je kunt er een min of meer plausibel verhaal van maken. Von Freeden’s verhaal luidt dat de eilanden, door hun klimaat en natuurlijke, bosrijke begroeiing, aanvankelijk een welvarende bevolking onderhielden. Hun grootste expansie hadden de bewoners omstreeks het midden van het 4de Millennium vC bereikt. Toen was zo ongeveer alle bruikbare grond in cultuur gebracht, en zouden bomen en klein wild spoedig schaars gaan worden. Het was dus een grote en gezonde bevolking die omstreeks die tijd begon met het bouwen met grote steenblokken. De Ġgantija tempels op Gozo waren een vroeg voorbeeld. Die in Tarxien een laat. Terwijl de bouwtraditie zich ontwikkelde, werden geleidelijk de gevolgen van de vernietiging van de natuur voelbaar. Het is eigenlijk verbazend dat het nog anderhalf millennium duurde voordat de cultuurdefinitief instortte. Al die tijd ging de bouw en het gebruik van de tempels door, met de suggestie van een ware eindsprint.
Je zou kunnen denken dat het juist die zware inspanning was, die de mensen minder lang deed leven en/of vroegtijdig deed bezwijken: een onbewuste strategie om de bevolkingsdichtheid te beteugelen? (C & WMS Russell, 2000) Maar waarom dít? Konden ze zich niet aanpassen door hun omgeving te verduurzamen? Konden ze zich niet juist matigen in hun energie-uitgaven of door geboortebeperking de populatie klein houden, elders inspiratie opdoen of voedsel importeren? In von Freeden’s visie waren ze aanvankelijk flexibel genoeg. Lijfelijk afkomstig uit het nabije Sicilië, lieten ze zich eeuwenlang inspireren door vooral de culturen van de Oostelijke Middellandse Zee, overgebracht door handelaren, emigranten en schipbreukelingen. Net als in het Oosten, bouwden zij met tichels en met hout, en vereerden ze diklijvige vruchtbaarheidsgodinnen. En ze importeerden obsidiaan voor zover ze dat nodig hadden voor hun werktuigen. De overgang van hout naar grote rotsblokken was echter volstrekt lokaal, beperkt tot Malta, en zette zich dóór volgens een geheel eigen weg. Nergens zijn tot nu toe tempelresten gevonden die hun tot voorbeeld gediend kunnen hebben. Het is niet onwaarschijnlijk dat hun religieuze voorstellingen ook zo’n eenzame weg gingen. Een eilandsekte - dat is het soort beeld dat in dit verhaal past. Een voortdenderende ideologische trein die door geen realiteit meer te stoppen was. Wellicht meenden ze de onbegrepen afname van de vruchtbaarheid van hun bodems te kunnen keren door nóg meer verering en nóg meer tempels, een ware tragedie. Wie weet moedigden de priesters dat geloof zelfs bewust aan, om te voorkomen dat het volk in opstand kon komen. Het zijn maar verhalen. Ze hebben een zekere plausibiliteit als we ons proberen te verplaatsen in hun situatie, maar ze kunnen er evengoed naast zitten of elementen van waarheid bevatten. Feit is dat de cultuur aan het eind van het 3de Millennium vC tot een einde kwam. Emigranten bouwden nog wat verwante structuren in Sicilië, en toen was het uit.
Laatste dag van de reis.
Onderweg naar Tarxien kijken we vanaf de Zuidwestkust uit op het mini-eilandje Filfla. Het heeft de vorm van een antarctische ijsberg, plat van boven, steile wanden en een voet van puin. Waarschijnlijk is het onder water breder: de golfslag ondermijnt de boven water uitstekende wanden zonder ophouden. Het Engelse leger gebruikte het wel als schietschijf; daar zal het niet mooier van geworden zijn, maar misschien heeft de zee de sporen ervan al weer uitgewist. Met zijn licht glooiend bovenvlak lijkt het wel een model van de grotere eilanden, speciaal gemaakt ter instructie van de bezoekers.
Dan eindelijk één van de voorhistorische tempels, of liever een heel complex van vier tempels, waarvan er drie innig met elkaar verbonden zijn. Deze hier representeren het meest ontwikkelde type van de Maltese tempel. Als je door de
| Plattegrond van 2 tempels in gemeenschappelijke mantel (Gigantija). (Ruw naar von Freeden). |
Klimaat.
Onze excursies werden soms gesmoord of onderbroken door felle regenbuien. Het was het seizoen. Net als in Italië, is de winter er de regentijd. In de praktijk van december tot maart. De rest van het jaar is het in Malta akelig droog. Regenval is er de enige bron van zoetwater. Eén van de eerste dingen die je na aankomst opvalt is de rijen stalen ‘emmers’ op de daken. Die dienen voor het opvangen van regenwater, en onder in de kelders hebben de bewoners cisternen voor wateropslag om de droge driekwartjaar door te komen.
De temperaturen zijn in de winter lager dan je uit de breedtegraad zou verwachten. Bij gebrek aan brandstof wordt er niet verwarmd, en de koude kalkstenen muren druipen ‘s winters van de vochtigheid. Kruip bijtijds in je slaapzak, zo werd me verteld, en blijf er zo lang mogelijk in; zo is het uit te houden. Niet vreemd dat er omstreeks december een geboortepiek optreedt, hè?
C & WMS Russell, 2000. Population crises and population cycles. Medicine, Conflict and Survival 16,4,383-410.
| Vissersboot bij San Pawl Il-Bahar. |